De rechten, als bedoeld in artikel 3, onder A, B, C en D, leden 2, 3 en 4, moeten binnen een maand na dagtekening van de schriftelijke kennisgeving worden betaald.
De aanslagen voor de rechten, als bedoeld in artikel 3, onder D, lid 1 moeten worden betaald in drie gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand, volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen, telkens een maand later.
In afwijking van het vorige lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, ten hoogste € 1.000,00 is, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
Artikel 7
Tijdstip van betaling
Onderdeel van begrVerordening op de heffing en de invordering van begrafenisrechten 2017