**1.** De belanghebbende, die in een woonplaats woont welke geen goede verbinding met de standplaats heeft en naar een woonplaats met wel een goede verbinding met de standplaats heeft, wenst te verhuizen dan wel naar het oordeel van het bestuursorgaan dient te verhuizen en die, ondanks alle pogingen daartoe er niet in slaagt te verhuizen, heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten van het dagelijks reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling, voor de duur van 1 jaar. Na dat jaar is de Regeling woon-werk verkeer 1996 van toepassing.
**2.** De belanghebbende, bedoeld in het eerste lid, die naar zijn oordeel niet dagelijks heen en weer kan reizen, heeft, tenzij door de provincie al dan niet tegen betaling in huisvesting wordt voorzien, gedurende een jaar aanspraak op een tegemoetkoming in de pensionkosten voor verblijf in een pension in of nabij de standplaats, benevens een tegemoetkoming voor ten hoogste één maal per week in de reiskosten voor gezinsbezoek of partnerbezoek, dan wel voor reiskosten naar de plaats waar hij metterwoon nog gevestigd is.
De belanghebbende, die een pension betrekt, heeft op basis van de Regeling woon-werk verkeer 1996 tevens aanspraak op vergoeding van de reiskosten tussen het pensionadres en de standplaats.
**3.** Indien een belanghebbende als bedoeld in het eerste en tweede lid, naar het oordeel van het bestuursorgaan niet alles, wat redelijkerwijs van hem mag worden verwacht, heeft gedaan om zo spoedig mogelijk te verhuizen, komt hij niet langer in aanmerking voor de tegemoetkomingen, bedoeld in het eerste en tweede lid.
**4.** Een belanghebbende, die een functie voor betrekkelijk korte duur bekleedt en als gevolg daarvan niet behoeft te verhuizen kan gedurende maximaal een jaar een tegemoetkoming overeenkomstig het tweede lid worden verleend.
**5.** De belanghebbende, bedoeld in het eerste lid, die in verband met een indiensttreding of een verplaatsing naar of naar de nabijheid van de toekomstige standplaats verhuist en die voor de datum van indiensttreding of verplaatsing verhuist, heeft tot een maximumtermijn van drie maanden aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten voor het reizen tussen de nieuwe woning en de plaats van tewerkstelling als bedoeld in het eerste lid, dan wel op een tegemoetkoming, bedoeld in het tweede lid.
**6.** De tegemoetkomingen, bedoeld in dit artikel, worden vastgesteld volgens nader door Gedeputeerde Staten te stellen regelen.
**7.** Gedeputeerde Staten zijn bevoegd om ten behoeve van de belanghebbenden voor wie de plaats van tewerkstelling buiten Nederland is gelegen, regelen vast te stellen, die afwijken van de in het zesde lid bedoelde regelen.
Hoofdstuk
Artikel 12