Naar hoofdinhoud
1. De belanghebbende, die in een woonplaats met geen goede verbinding met de standplaats woont en in verband met indiensttreding is verhuisd en een woning in of nabij de standplaats heeft betrokken, wordt een tegemoetkoming in de verhuiskosten verleend. Aan het wonen in de nabijheid van de standplaats wordt voldaan als de belanghebbende een woonplaats met een goede verbinding met de standplaats kiest. Een tegemoetkoming in de verhuiskosten wordt ook verleend als de belanghebbende in verband met indiensttreding is verhuisd, omdat het bestuursorgaan van oordeel is dat de functie dan wel de excessief lange reistijd vereist dat de belanghebbende naar de standplaats verhuist. 2. De belanghebbende, die in verband met verplaatsing is verhuisd, omdat het bestuursorgaan van oordeel is dat de functie vereist dat de belanghebbende verhuist, wordt een tegemoetkoming in de verhuiskosten toegekend. 3. De belanghebbende, die, zonder dat daartoe opdracht is verleend door het bevoegde gezag, in verband met een verplaatsing is verhuisd, kan op zijn verzoek door het bevoegd gezag een tegemoetkoming in de kosten worden verleend, indien hij zich binnen een afstand van ten hoogste 10 kilometer hemelsbreed van de standplaats heeft gevestigd en de afstand tussen de oude woning en de plaats van tewerkstelling ten minste 20 kilometer hemelsbreed bedroeg. 4. De belanghebbende die is verhuisd en aan wie binnen twee jaren na de verhuizing ontslag op aanvraag wordt verleend of die ten gevolge van aan hem te wijten feiten of omstandigheden binnen twee jaren na de verhuizing wordt ontslagen, dient de hem toegekende 5. De tegemoetkoming in verhuiskosten wordt aan de belanghebbende slechts verleend, indien hij schriftelijk heeft verklaard dat een verplichting tot terugbetalen als bedoeld in het vorige lid hem bekend is.

Rechtspraak bij dit artikel