**1.** In dit besluit wordt verstaan onder:
CAP: Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies 2018;
bestuursorgaan: Gedeputeerde Staten der provincie Groningen;
bevoegd gezag: Gedeputeerde Staten of de directeur van de dienst aan wie de bevoegdheid ter zake is gemandateerd of de functionaris aan wie deze bevoegdheid is doorgemandateerd;
belanghebbende:
degene die ingevolge de CAP als ambtenaar bij de provincie is aangesteld;
degene die ingevolge de CAP als werknemer bij de provincie in dienst is;
de stagiair slechts voor het onderdeel tegemoetkoming in pensionkosten (Hoofdstuk IV).
woonplaats: de gemeente of het bij name genoemde deel daarvan, waar de belanghebbende metterwoon is gevestigd;
plaats van tewerkstelling: de gebruikelijke ingang van het gebouw, gebouwencomplex, terrein of vaartuig waar de belanghebbende gewoonlijk zijn werkzaamheden verricht, dan wel, indien de uitoefening van het ambt zich uitstrekt over een ambtsgebied, de door het bestuursorgaan aangewezen plaats;
standplaats: de gemeente, waarin de plaats van tewerkstelling van de ambtenaar is gelegen;
goede verbinding: een verbinding tussen woon- en standplaats met een reisduur volgens de dienstregelingen van het openbaar vervoer van ten hoogste 45 minuten;
gezinsleden: partner van de belanghebbende en de kinderen, stief- en pleegkinderen van hemzelf of van zijn partner;
eigen huishouding voeren: het zelfstandig bewonen van woonruimte, voorzien van eigen meubilair en stoffering, een en ander ter beoordeling van het bestuursorgaan;
berekeningsbasis:
het twaalfvoud van de bezoldiging - in de zin van de Provinciale Bezoldigings-, Toelagen en Vergoedingenregeling 1988 - die belanghebbende geniet op het berekeningstijdstip, vermeerderd met de aanspraak op vakantie-uitkering en in voorkomende gevallen verhoogd met:
genoten wachtgeld of uitkering krachtens de Wachtgeld- en uitkeringsverordening provincie Groningen 1995;
genoten uitkering krachtens de Regeling flexibel pensioen en uittreden, bedoeld in artikel 3 van de Centrale vut-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel;
genoten herplaatsingstoelage als bedoeld in paragraaf 9 van het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP, bedoeld in artikel 6 van de Wet privatisering ABP;
als minimum-berekeningsbasis geldt het maximumsalaris van schaal 6, vermeerderd met het percentage van de vakantie-uitkering;
berekeningstijdstip:
de datum waarop de belanghebbende verhuist;
indien de belanghebbende verhuist voor de datum dat de functie feitelijk wordt vervuld, de datum van ingang van de functievervulling;
bij het overlijden of ontslag van de belanghebbende, de datum waarop laatstelijk bezoldiging werd genoten;
verplaatsen en verplaatsing: veranderen onderscheidenlijk verandering van de standplaats van de belanghebbende in opdracht van het bestuursorgaan;
dienstwoning: de door het bestuursorgaan aan de belanghebbende in verband met de uitoefening van zijn functie aangewezen woning;
partner: de partner als bedoeld in artikel 1.1 onderdeel r CAP.
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel k, wordt, indien de belanghebbende in het genot is van een toelage als bedoeld in de artikelen 16, 17 en 18 van de Provinciale Bezoldigings-, Toelagen- en Vergoedingenregeling 1988, dit bezoldigingsdeel vastgesteld op het bedrag dat de belanghebbende gedurende de drie kalendermaanden voorafgaande aan het berekeningstijdstip gemiddeld per maand aan deze toelagen heeft genoten.
Hoofdstuk
Artikel 1