De belasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van:
voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor
de openbare dienst
bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de voorwerpen zich
bevinden een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid,
onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechte lijke
vergoeding is overeengekomen;
voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom,
bezit of beperkt recht
is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een
derde;
brievenbussen en telefooncellen;
wegwijzers en verkeersaanwijzingen van de A.N.W.B en van andere
overeenkomstige instellingen;
vlaggenstokken en vlaggen;
pilasters, plinten, kozijndorpels, goten, goot- of kroonlijsten,
spionnen e.d.;
voorwerpen of werken, welke uitsluitend voorzien in een algemeen
belang dan wel worden gebezigd voor weldadige doeleinden en welke
niet worden geëxploiteerd tegen betaling;
voorwerpen, welke rechtens moeten worden gedoogd.