In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de
precariobelasting verschuldigd bij de aanvang
van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de
belastingplicht.
In de gevallen bedoeld in artikel 7, tweede lid, is de
precariobelasting verschuldigd bij het einde
van het belastingtijdvak.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
aanvangt, is de naar de jaartarieven
geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde
gedeelten van de voor dat tijdvak
verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de
belastingplicht, nog volle
kalendermaanden overblijven.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
eindigt, bestaat aanspraak op
ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor
zoveel twaalfde gedeelten
van de voor dat tijdvak als er in dat tijdvak, na het einde van de
belastingplicht, nog volle
kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de
ontheffing minder bedraagt dan
€ 5,00.
Belastingbedragen van € 5,00 of minder worden niet geheven.
Artikel 9
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening Precariobelastingen 2010