**1..** De maatregel, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 8 en 9,
wordt vastgesteld op:
20% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen
van de eerste categorie;
50% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij gedragingen
van de tweede categorie;
100% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij
gedragingen van de derde categorie.
**2..** De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt
verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na
bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd
opnieuw schuldig maakt aan een eenzelfde verwijtbare gedraging uit
dezelfde of een hogere categorie. Met een besluit waarmee een
maatregel is opgelegd, wordt gelijk gesteld het besluit om daarvan
af te zien op grond van dringende redenen, als bedoeld in artikel 6,
tweede lid.
**3..** Indien binnen twaalf maanden na de bekendmaking van het besluit
waarbij een maatregel is opgelegd als genoemd in het eerste lid,
belanghebbende zich nog tweemaal schuldig maakt aan een eenzelfde
verwijtbare gedraging uit dezelfde of een hogere categorie, dan
wordt door het college aan belanghebbende een maatregel opgelegd van
honderd procent van de bijstandsnorm gedurende maximaal drie
maanden. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt
gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van
dringende redenen, bedoeld in artikel 6, tweede lid.
Hoofdstuk 2.
Artikel 10.
Hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Westerveld 2016