Naar hoofdinhoud
1. Op een gehonoreerde aanvraag kan, behoudens de herzieningsmogelijkheid, bedoeld in artikel 2, tweede lid, gedurende de periode waarop deze betrekking heeft niet meer worden teruggekomen. 2. De waarde van de gemaakte keuzen bedraagt per aanvraag minimaal € 100. 3. De ambtenaar kan binnen een kalenderjaar niet kiezen: voor zowel meer uren werken, als bedoeld in artikel 5, als voor minder uren werken, als bedoeld in artikel 6; voor zowel minder uren werken, als bedoeld in artikel 6, als voor vermindering van algemeen verlof, als bedoeld in artikel 7; voor meer uren werken, als bedoeld in artikel 5, en/of vermindering van algemeen verlof, als bedoeld in artikel 7, over de periode waarin hij hetzij ouderschapsverlof geniet, hetzij anderszins voor langer dan 4 weken aaneengesloten geheel of gedeeltelijk buitengewoon verlof geniet, hetzij minder werkt als gevolg van deeltijdontslag wegens FPU, deeltijdpensionering of de geboden mogelijkheid om met behoud van de formele arbeidsduur minder te werken; voor minder uren werken, als bedoeld in artikel 6, over de periode waarin zijn arbeidsduur met toepassing van artikel D.1, vijfde lid, van de CAP is bepaald op meer dan die in een volledige functie. 4. De vergoeding voor meer uren werken als bedoeld in artikel 5, de inhouding voor minder uren werken als bedoeld in artikel 6, alsmede de vergoeding voor de uren van vermindering van het algemeen verlof als bedoeld in artikel 7, worden berekend op basis van het salaris per uur op 1 januari van het betreffende kalenderjaar, onderscheidenlijk op basis van het salaris per uur op de eerste dag van indiensttreding indien de ambtenaar in de loop van het betreffende kalenderjaar in dienst treedt. Eventuele latere aanpassingen van het salaris met terugwerkende kracht naar een datum gelegen op of vóór de peildatum leiden niet tot een aanpassing van het per de peildatum vastgestelde salaris per uur.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel