Bij verlaging van de categorie waarnaar de inconveniëntentoelage wordt toegekend of bij beëindiging van de inconveniëntentoelage wordt aan de ambtenaar een aflopende tijdelijke toelage toegekend, mits vorenbedoelde verlaging of beëindiging is gelegen in factoren buiten toedoen van de ambtenaar en mits de toelage gedurende tenminste 2 jaren aaneengesloten is toegekend.
De duur van de aflopende tijdelijke toelage is gelijk aan een vierde gedeelte van de tijd, gedurende welke de inconveniëntentoelage is toegekend, maar is ten hoogste 36 maanden.
Bij het berekenen van het aantal maanden vindt een afronding naar boven plaats op een geheel aantal maanden. De aldus berekende periode wordt in drie gelijke delen gesplitst, waarbij het eerste en eventueel het tweede deel naar boven worden afgerond, met dien verstande dat het totaal aantal maanden niet meer bedraagt dan de in de eerste volzin berekende termijn.
De aflopende toelage begint op het tijdstip van vorenbedoelde verlaging of beëindiging van de inconveniëntentoelage, met dien verstande, dat indien deze verlaging of vermindering niet plaatsvindt op de eerste van de maand, het tijdstip van aanvang van de aflopende tijdelijke toelage wordt bepaald op de eerste van de volgende maand. Over de maand waarin bedoelde verlaging of beëindiging intrad, wordt de toelage over de maand daarvoor toegekend.
De tijdelijke aflopende toelage bedraagt in bovenbedoelde drie delen van de berekende termijn respectievelijk 75%, 50% en 25% van het verschil tot de eerder toegekende inconveniëntentoelage.
Artikel 4
afbouwregeling inconveniëntentoelage
Onderdeel van Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen houdende Uitvoeringsregeling toelagen op andere gronden