Naar hoofdinhoud
1.. Het dagelijks bestuur stelt een voorlopige rekening van inkomsten en uitgaven op. De rekening vermeldt alle inkomsten en uitgaven van de GGD, van welke aard ook, over het jaar waarop zij betrekking hebben en is vergezeld van een verklaring terzake van de deugdelijkheid daarvan, afgegeven door de persoon of de instelling die door het algemeen bestuur belast is met de controle als bedoeld in artikel 24. 2.. De voorlopige rekening wordt binnen twee weken, doch uiterlijk 6 weken voorafgaand aan de behandeling in het algemeen bestuur, door het dagelijks bestuur aan de raden van de deelnemende gemeenten toegezonden. Deze kunnen schriftelijk hun zienswijze ter kennis brengen aan het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de voorlopige rekening, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel