Naar hoofdinhoud
1.. De raden benoemen gezamenlijk de voorzitter en andere leden van de rekenkamercommissie op voordracht van de programmaraad. 2.. De artikelen 81f en 81h van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op de leden van de rekenkamercommissie. 3.. De leden van de rekenkamercommissie zijn geen ingezetene van een van de gemeenten. 4.. De programmaraad doet de voordracht vergezeld gaan van een verklaring van elke kandidaat, omvattende: de mededeling dat hij of zij een benoeming zal aanvaarden, en een overzicht van de nevenfuncties, als bedoeld in artikel 6, die hij of zij bekleedt. 5.. De leden van de rekenkamercommissie worden benoemd voor een periode van maximaal vier jaar en kunnen eenmaal voor een periode van maximaal vier jaar worden herbenoemd. 6.. Bij de eerste benoeming wordt de voorzitter benoemd voor vijf jaar, een lid voor vier jaar en een lid voor drie jaar. 7.. De programmaraad stelt een rooster op zodat de leden van de rekenkamercommissie niet allen gelijktijdig aftreden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel