De belasting genoemd in artikel 1, onderdeel a, wordt geheven bij
wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald bij de
aanvang van het parkeren.
De belasting genoemd in artikel 1, onderdeel b, wordt geheven door
middel van een gedagtekende kennisgeving en moet worden betaald op
het tijdstip waarop deze wordt gedaan of uitgereikt. Voldoen via een
daartoe afgegeven machtiging tot automatische incasso wordt hier met
betalen gelijkgesteld.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid moet de belasting
overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het
einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren
in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via
een telefoon inloggen op de centrale computer.
Een naheffingsaanslag moet worden betaald op het tijdstip dat het
verzoek tot betaling is uitgereikt of toegezonden.
Artikel 6
Wijze van heffing en termijn van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2017