Deze verordening is van toepassing op de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten door de omgevingsdienst. Het betreft conform artikel 2.1 van de Wabo: de vergunningverlening van, het toezicht op én de handhaving van de activiteit milieu, zijnde:
beoordelen van onderzoeksrapporten, aanvragen, plannen en voorstellen (toetsing);
vergunnen, beschikken, melden, ontheffen (behandelen concrete aanvragen);
toezicht (inspecteren, constateren, rapporteren van uitvoeringssituaties);
handhaving (optreden en sanctioneren bij overtreding).
tevens voor andere milieu uitvoeringstaken die aan de omgevingsdienst zijn overgedragen zijnde:
beleidsevaluatie (aan de hand van resultaten van de uitvoering);
informatieverstrekking (in aanvulling op de frontofficetaken bij de gemeente);
advisering (inbreng van kennis en inzicht vanuit wettelijke taken bijv. in vooroverleg);
uitvoeren bodemsanering;
bezwaar en (hoger) beroep.