Naar hoofdinhoud

Deel A: › Paragraaf 3.

Artikel 3.1.

Bereikbaarheid aangrenzende gebouwen

Onderdeel van Handboek Kabels en Leidingen 2015 gemeente Hollands Kroon

1.. De werkzaamheden dienen qua tijd en uitvoeringswijze zodanig te worden gepland dat de bereikbaarheid van woningen, bedrijven, winkels en overige gebouwen (verder: objecten) voor (mindervalide) voetgangers, (brom) fietsers, gemotoriseerd (bestemmings-)verkeer en hulp- en afvalophaaldiensten -in overleg met de betrokkenen- altijd zo veel mogelijk in stand gehouden wordt. Dit geldt ook in doodlopende straten of openbare woonerven. Verder geldt: Een straat mag in principe maar aan één kant worden afgesloten; Er moet altijd minimaal één rijstrook beschikbaar zijn; Indien het onvermijdelijk is dat een straat toch volledig afgesloten moet worden, dient dit tenminste vier (4) werkweken voor aanvang van de werkzaamheden afgestemd te worden met de coördinator. Na goedkeuring van de coördinator zullen de hulpdiensten en de OV- en buurtbusdiensten tenminste drie (3) werkweken voor aanvang van de werkzaamheden geïnformeerd worden door de gemeente over de wegafsluiting. De vooraankondigingsborden dienen een (1) werkweek van tevoren aan beide zijden van de af te sluiten weg door de grondroerder geplaatst te worden; Brandkranen, afsluiters van water, gas en dergelijke moeten altijd zichtbaar en toegankelijk blijven; De minimale doorrijbreedte voor hulpvoertuigen is 3,5 m en dient altijd gewaarborgd te zijn. 2.. Ter plaatse van de toegang en (nood)uitgang naar objecten dient een goede toegankelijkheid geboden te worden voor voetgangers, inclusief (brom)fietsen die aan de hand meegevoerd worden en mindervalide voetgangers die vaak worden begeleid door hulpmiddelen zoals rollators, rolstoelen en scootmobiles. Hierbij is het toepassen van stevige en goed zichtbare loopplanken een minimale vereiste. De loopplanken dienen vlak en aansluitend aan elkaar geplaatst te worden. 3.. Indien een beperking van de bereikbaarheid onvermijdelijk is en tot gevolg heeft dat: de hulp- en afvalophaaldiensten objecten niet voldoende kunnen naderen; de bevoorrading van winkels en bedrijven anders dan normaal moet worden geregeld; met de betrokkenen, aanwonenden of andere belanghebbenden geen overeenstemming kan worden bereikt over de beperking van de bereikbaarheid; dient de grondroerder tijdig, minimaal twee (2) werkweken vooraf, te overleggen met de toezichthouder zodat tijdig afspraken gemaakt kunnen worden om de juiste maatregelen te nemen.

Rechtspraak bij dit artikel