Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3.

Artikel 5.

Standplaatsvergunning

Onderdeel van Verordening straathandel Den Haag 2017

1.. Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een standplaats in te nemen of te hebben. 2.. Burgemeester en wethouders wijzen wegen en/of weggedeelten, en per weg of weggedeelte het aldaar toegestane maximaal aantal en categorie standplaatsen voor zover de standplaatsen vallen binnen de categorieën ambulante standplaatsen of seizoensplaatsen, aan waar het met vergunning is toegestaan een standplaats in te nemen of te hebben. 3.. Voor toewijzing van een standplaats komt uitsluitend in aanmerking een handelingsbekwaam natuurlijk persoon die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt en een aanvraag voor een vergunning heeft ingediend bij burgemeester en wethouders. 4.. De vergunning kan worden geweigerd: in het belang van de openbare orde; in het belang van de openbare veiligheid; in het belang van de volksgezondheid; in het belang van de bescherming van het milieu; indien de verkoopinrichting hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 5.. De vergunning wordt voor maximaal vijf jaar verleend. 6.. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 7.. De vergunning is niet overdraagbaar. 8.. In de vergunning kan een maximale tijdsperiode per vergunde verkoopdag worden opgenomen, een zogenaamd dagdeel. Een kalenderdag kent, met uitzondering van zon- en feestdagen drie dagdelen: een dagdeel van 06.00 uur tot 13.00 uur, en; een dagdeel van 13.00 uur tot 19.00 uur, en; een dagdeel van 19.00 uur tot 23.00 uur. 9.. Indien toepassing wordt gegeven aan de bevoegdheid in het achtste lid, worden per aanvrager maximaal zes dagdelen per week vergund.

Rechtspraak bij dit artikel