Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1.

Artikel 1.

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening straathandel Den Haag 2017

In deze verordening wordt verstaan onder: -ambulante standplaatsen: standplaatsen die door een vergunninghouder of door verschillende vergunninghouders voor een beperkte periode worden ingenomen, op vooraf bepaalde tijden voor een of meer verkoopdagen per week; -burgemeester en wethouders: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag; - haringkarren: verkoopinrichting van maximaal 2 bij 3 meter voor de verkoop van Hollandse Nieuwe haring; -incidentele standplaatsen: standplaatsen, anders dan ambulante standplaatsen, oliebollen- en kerstbomenstandplaatsen waarvoor de vergunning per aanvraag voor een beperkte periode wordt verleend;; - kerstbomenstandplaatsen: standplaatsen voor de verkoop van kerstbomen van 1 december tot en met 24 december waar vergunninghouders op aan te wijzen vaste locaties handel drijven gedurende de bovengenoemde verkoopperiode van hun product; - oliebollenstandplaatsen: standplaatsen voor de verkoop van oliebollen van 1 oktober tot en met 10 januari van het volgende jaar waar vergunninghouders op aan te wijzen vaste locaties handel drijven gedurende de bovengenoemde verkoopperiode van hun product; -standplaats: een plaats op de weg in de zin van artikel 1:1 van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag voor het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van zaken dan wel leveren van diensten, gebruikmakend van een verkoopinrichting, waarbij tenminste de kopende of de afnemende partij zich op of aan de weg bevindt. Onder standplaats wordt in aanvulling ook verstaan het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van zaken dan wel diensten aan huis of op de weg in de zin van artikel 1:1 van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag waarbij niet langer wordt stilgestaan dan voor het bedienen van klanten nodig is, gebruikmakend van dieren. Onder standplaats wordt niet verstaan: a.een plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet; b.een plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24 van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag; -standplaatshouder: houder van een standplaatsvergunning op basis van deze verordening; -venten: het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van zaken dan wel diensten aan huis of op de weg in de zin van artikel 1:1 van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag waarbij niet langer wordt stilgestaan dan voor het bedienen van klanten nodig is. Onder venten wordt niet verstaan: a.het aan huis afleveren van zaken in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; b.het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van zaken dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet; c.het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van zaken dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats; d.het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van zaken dan wel diensten aan huis of op de weg in de zin van artikel 1:1 van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag waarbij niet langer wordt stilgestaan dan voor het bedienen van klanten nodig is, gebruikmakend van dieren. - verkoopdag: tijd gelegen tussen 06.00 uur en 23.00 uur waarop straathandel plaats mag vinden. -verkoopinrichting: een verrijdbare kraam, wagen of een ander fysiek middel ten behoeve van de verkoop op een standplaats, met een maximale omvang van 12 m2 en met een bijbehorende ruimte voor uitstallingen, tafels en stoelen van maximaal 8 m2. Deze maximale afmetingen gelden niet voor verkoopinrichtingen op oliebollenstandplaatsen en kerstbomenstandplaatsen..

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel