Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, kan het college besluiten tot beëindiging van de schuldhulpverlening indien:

  • - het schuldhulpverleningstraject succesvol is afgerond;
  • - de schuldenaar zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken voor de aflossing van schulden;
  • - op grond van – zo later is gebleken – onjuiste gegevens schuldhulpverlening aan betrokkene is toegekend, terwijl indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen;
  • - belanghebbende zich ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit het schuldhulpverleningstraject, misdraagt;
  • - de schuldenaar in staat is om zijn schulden zelf te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren;
  • - de schuldenaar niet in staat is zijn eigen financiën te beheren en passende hulp door hem wordt geweigerd;
  • - de geboden hulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de schuldenaar, niet (langer) passend is;
  • - de schuldhulpverlening door het college niet langer noodzakelijk wordt geacht;
  • - de schuldenaar de verplichtingen als bedoeld in artikel 4 lid 1 en 2 niet of onvoldoende nakomt.