Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 3

Artikel 19

Vergoeding bij vermogensvorming

Onderdeel van Algemene subsidieverordening winterswijk 2010

1.. Voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming is de subsidie-ontvanger daarvoor een vergoeding verschuldigd aan het college in de gevallen als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Awb. 2.. Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de boekwaarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het moment waarop de vergoeding verschuldigd is, met dien verstande dat in geval van ontvangst van een schadevergoeding voor verlies of beschadiging van goederen wordt uitgegaan van het bedrag dat aan de subsidieontvanger daartoe wordt uitgekeerd. 3.. Indien het onroerende zaken betreft en geen schadevergoeding wordt ontvangen, wordt in afwijking van het bepaalde in het tweede lid de waarde van het onroerend goed bepaald door een onafhankelijke deskundige, die daartoe door het college in overeenstemming met de subsidie-ontvanger wordt aangewezen. 4.. Wordt de overeenstemming als bedoeld in het derde lid niet bereikt, dan wijst iedere partij een onafhankelijke deskundige aan, die gezamenlijk een derde onafhankelijke deskundige aanwijzen die vervolgens de waarde van het onroerend goed bepaalt. 5.. Dit artikel is niet van toepassing in die gevallen waarin de activiteiten door een derde partij worden voortgezet en de activa en passiva van de subsidieontvanger met toestemming van het college tegen boekwaarde aan de derde partij worden overgedragen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel