Naar hoofdinhoud
1.. Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht: voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden tenminste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden. 2.. Het college biedt de raad tenminste eenmaal per vier jaar een treasurystatuut ter vaststelling aan. Bij de uitoefening van de financieringsfunctie handelt het college binnen de bepalingen in het vastgestelde treasurystatuut. 3.. Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het aangaan van financiële participaties uit hoofde van de publieke taak bedingt het college indien mogelijk zekerheden. Het college motiveert in zijn besluit het openbaar belang van dergelijke uitzettingen van middelen, verstrekkingen van garanties en financiële participaties. Het college handelt daarbij op grond van door de raad vastgestelde beleidsregels waarin tenminste wordt bepaald wat wordt verstaan onder ‘publiek belang’.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel