Naar hoofdinhoud
1.. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale lasten en de totale baten per programma en het overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien. 2.. Het college is zonder voorafgaande toestemming van de raad bevoegd tot onder- en overschrijding van het afgesproken beleid binnen de programma’s, mits deze niet leiden tot overschrijding van het saldo van het desbetreffende programma. 3.. Het college biedt eenmaal per vier jaar een nota afwijkingenbeleid ter vaststelling aan de raad aan. In de nota zijn in ieder geval nadere regels voor over- en onderschrijdingen van de geautoriseerde bedragen opgenomen. 4.. Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen en van welke nieuwe exploitatiebudgetten hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het (investerings)budget wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen en nieuwe exploitatiebudgetten worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. 5.. Voor investeringen in de loop van het begrotingsjaar die niet in de begroting zijn opgenomen, legt het college voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel en een voorstel voor het autoriseren van een investeringskrediet aan de raad voor. In het voorstel wordt de dekking van de lasten aangegeven. Indien het een investering betreft groter dan € 1 miljoen informeert het college de raad in het voorstel over het effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente. 6.. Uitgaven ten laste van voorzieningen, die in de begroting zijn opgenomen, worden geautoriseerd met het vaststellen van de begroting door de raad.

Rechtspraak bij dit artikel