Naar hoofdinhoud
1.. Bewegwijzering mag de verkeersveiligheid niet negatie beïnvloeden en de bruikbaarheid en instandhouding van de weg niet onaanvaardbaar belemmeren. 2.. Alle bewegwijzering komt op lichtmasten of flessenpalen. 3.. Een vooraanduiding wordt alleen aangebracht als de wegsituatie daar om vraagt. 4.. Bewegwijzering met de richting aanduiding voor rechtdoor wordt alleen in geval van een onduidelijke verkeerssituatie of in geval van een verkeerstechnisch betere route toegestaan. 5.. De herhaling van de bewegwijzering is identiek aan elkaar. 6.. De herhaling van de bewegwijzering wordt bepaald door de pijl richting: van boven naar beneden: eerst naar links, dan naar rechts.

Rechtspraak bij dit artikel