Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 14.

Vergunning grafbedekking

Onderdeel van Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Schouwen-Duiveland 2016

1. Voor het plaatsen van een grafbedekking, een afdekplaat voor een urnennis of het plaatsen van . een waterurn is een schriftelijke vergunning nodig van het college. 2. Het plaatsen van een grafmonument dient minimaal twee werkdagen voorafgaand aan de plaatsing telefonisch gemeld worden via de servicelijn of aan de betreffende beheerder van de begraafplaats. De zaterdag en zondag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. 3. De rechthebbende van een particulier graf vraagt de vergunning voor het plaatsen van een grafbedekking aan. 4. Rechthebbende van het particuliere graf wordt aangemerkt als de eigenaar van het grafmonument, tenzij hij of zij aangeeft dit niet te zijn. 5. De rechthebbende van een particuliere urnennis vraagt de vergunning voor het plaatsen van een afdekplaat van een urnennis aan. 6. Rechthebbende van de particuliere urnennis wordt aangemerkt als de eigenaar van de afdekplaat, tenzij hij of zij aangeeft dit niet te zijn. 7. De gebruiker van een algemeen graf vraagt de vergunning voor het plaatsen van een grafbedekking aan. 8. De gebruiker van het algemene graf wordt aangemerkt als de eigenaar van het grafmonument, tenzij hij of zij aangeeft dit niet te zijn. 9. Een eigenaar van een grafmonument is door zijn instemming met de plaatsing van het monument gebonden aan de bepalingen van deze verordening en de bijbehorende nadere regels. 10. Het college kan nadere regels vaststellen omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen. 11. Het college kan de vergunning weigeren indien: a. niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels, genoemd in het derde lid; b. de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats; c. de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is; d. de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is. e. de tekst of afbeelding op het gedenkteken naar het oordeel van het college aanstootgevend of kwetsend kan zijn. 12. Grafbedekking die in strijd met deze verordening of een uitvoeringsbesluit voor de grafbedekkingen is geplaatst, dient door de rechthebbende of eigenaar te worden verwijderd, ongeacht of de strijdigheid met de regels door zijn toedoen of medeweten is ontstaan. 13. Het bepaalde in artikel 15, lid 7 is overeenkomstig van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel