Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 10

De Vertrouwenspersoon Integriteit

Onderdeel van Regeling melding vermoeden misstand en/of onregelmatigheid Almere 2016

Het bevoegd gezag wijst een of meer Vertrouwenspersonen Integriteit aan. De Vertrouwenspersoon Integriteit heeft – naast het ontvangen van meldingen, als beschreven in artikel 3, 4 en 5 - tot taak: het in vertrouwen adviseren, informeren en begeleiden van en het bieden van nazorg aan ambtenaren die een vermoeden van een misstand of een onregelmatigheid hebben, het monitoren van gedane meldingen, het indien gewenst namens de melder (anoniem) doen van een melding, het registreren van: de interne meldingen, meldingen van derden, de wijze van afdoening van de meldingen, de conclusies van het naar aanleiding van de melding eventueel uitgevoerde onderzoek, de naar aanleiding van de melding eventueel getroffen maatregelen, het uitoefenen van een signaalfunctie naar leidinggevenden. De Vertrouwenspersoon Integriteit doet twee maal per jaar aan de gemeentesecretaris geanonimiseerd verslag. Dit verslag bevat in ieder geval: informatie over het aantal interne meldingen, meldingen van derden en een indicatie van de aard van de meldingen, de uitkomsten van de onderzoeken en de standpunten van de werkgever; algemene informatie over de ervaringen met het tegengaan van benadeling van de melder; informatie over het aantal verzoeken om onderzoek naar benadeling in verband met het doen van een melding van een vermoeden van een misstand en een indicatie van de uitkomsten van de onderzoeken en de standpunten van de werkgever. De gemeentesecretaris rapporteert twee maal per jaar over dit verslag en ingekomen meldingen aan de burgemeester. De Vertrouwenspersoon Integriteit is verplicht tot geheimhouding van hetgeen vertrouwelijk met hem is gedeeld. Indien de melding een strafbaar feit betreft, staat deze geheimhouding echter niet in de weg aan het informeren van de betrokken leidinggevenden en/of het bevoegd gezag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel