Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 16

Behandeling van de interne melding

Onderdeel van Regeling melding vermoeden misstand en/of onregelmatigheid Almere 2016

1.. De leidinggevende stelt een onderzoek in naar het gemelde vermoeden van een misstand of onregelmatigheid, tenzij: het vermoeden niet gebaseerd is op redelijke gronden, op voorhand duidelijk is dat het gemelde geen betrekking heeft op een vermoeden van een misstand of onregelmatigheid. 2.. Indien de leidinggevende besluit geen onderzoek in te stellen, informeert hij de melder daar binnen twee weken na de interne melding schriftelijk over. Daarbij wordt tevens aangegeven op welke van de in lid 1 genoemde grond of gronden dit besluit is genomen. 3.. De leidinggevende beoordeelt of aangifte moet worden gedaan van een strafbaar feit dan wel melding moet worden gedaan bij een instantie die is belast met het toezicht op de naleving van een wettelijk voorschrift. Indien aangifte en/of melding wordt gedaan wordt de melder hiervan op de hoogte gesteld, tenzij hiertegen ernstige bezwaren bestaan. 4.. De leidinggevende draagt het onderzoek op aan onderzoekers die onafhankelijk en onpartijdig zijn, en laat het onderzoek in ieder geval niet uitvoeren door personen die mogelijk betrokken zijn of zijn geweest bij de vermoede misstand of onregelmatigheid. Indien de leidinggevende het onderzoek wil laten uitvoeren door een externe deskundige is daarvoor de instemming van de gemeentesecretaris vereist. 5.. Indien een onderzoek wordt ingesteld, stelt de leidinggevende de melder daarvan onverwijld schriftelijk op de hoogte, onder vermelding van de persoon die met de uitvoering van het onderzoek wordt belast. De leidinggevende stuurt de melder daarbij een afschrift van de onderzoeksopdracht, tenzij hiertegen ernstige bezwaren bestaan. 6.. De leidinggevende informeert de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft over de melding en, indien daartoe wordt besloten, over het besluit tot het doen van aangifte en/of melding bedoeld in lid 3, tenzij het onderzoeks-, opsporings-, of handhavingsbelang daardoor kan worden geschaad.

Rechtspraak bij dit artikel