8.1. Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving (Fraudewet)
Op 1 januari 2013 is de “Fraudewet” in werking getreden.
De WWB wordt door de fraudewet op een aantal punten gewijzigd. In de IOAW en IOAZ vinden overeenkomstige wijzigingen plaats.
Voor de uitvoeringspraktijk van gemeente Weert betekent dit:
8.2. (her)Introductie van de boete
Bij het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht[3] of de aantoonplicht als rechthebbende[4], waardoor de aanvraag wordt afgewezen of niet in behandeling wordt genomen, wordt in beginsel geen boete opgelegd.
Bij het niet of niet behoorlijk nakomen door de cliënt van de inlichtingenplicht[1] wordt aan hem een bestuurlijke boete opgelegd van ten hoogste het netto benadelingsbedrag.
Als er geen sprake is van een benadelingsbedrag wordt bij schending van de inlichtingenplicht[1] [5][6] aan de cliënt een bestuurlijke boete opgelegd van ten hoogte € 150,00.
Indien er geen sprake is van een benadelingsbedrag kan van een bestuurlijke boete worden afgezien en worden volstaan van een schriftelijke waarschuwing, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een zodanige waarschuwing is gegeven..
In het geval dat binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dag van het begaan van de overtreding een eerdere bestuurlijke boete of strafrechtelijke sanctie is opgelegd wegens een eerdere overtreding wordt aan belanghebbende een boete opgelegd van ten hoogte 150% van het netto benadelingsbedrag.
Indien de strafrechtelijke sanctie bestond uit een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wijzigt de periode van vijf jaar in tien jaar.
De bestuurlijke boete kan worden verlaagd in verband met verminderde verwijtbaarheid[7][8].
Van boeteoplegging kan worden afgezien als er sprake is van dringende redenen [9].
Degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd, is verplicht desgevraagd aan het college de inlichtingen te verstrekken die voor de ten uitvoerlegging van de bestuurlijke boete van belang zijn.
In beroep of hoger beroep kan de rechter ook een hogere boete opleggen dan door de gemeente is opgelegd.
8.3. Invordering boete
De bestuurlijke boete wordt verrekend met de lopende bijstand of met een uitkering op grond van de IOAW of IOAZ.
De boete kan worden verrekend met uitkeringen verstrekt door andere gemeenten, het UWV of de Svb.
8.4. Opheffing beslagvrije voet
Van de bescherming van de beslagvrije voet wordt kan in de eerste drie maanden na de datum van het boetebesluit worden afgezien indien:
er sprake is van recidive;
indien betrokkene niet aan zijn betalingsverplichting inzake de boete voldoet;
bij verrekening van de boete met een uitkering van andere gemeenten, het UWV of de SVB.
Op verzoek van de belanghebbende kan bij verrekening met een uitkering van een andere gemeente, het UWV of de SVB worden verzocht wel de bescherming van de beslagvrije voet te bieden.
Er is geen bescherming van de beslagvrije voet:
indien betrokkene niet desgevraagd aan het college de inlichtingen te verstrekt die voor de ten uitvoerlegging van de bestuurlijke boete van belang zijn;
de boete door middel van een dwangbevel of loonbeslag wordt ingevorderd.
[3] Artikel 17 lid 1 WWB
[4] Artikel 11 lid 1 WWB
[5] Artikel 30c lid 2 en 3 Suwe
[6] Artikel 13 lid 1 IOAW/IOAZ
[7] artikel 2a Boetebesluit sociale zekerheidswetten
[8] artikel 18a lid 4 WWB
[9] artikel 18a lid 7 WWB
Artikel 8.
Frauderepressie door daadwerkelijk sanctionering
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Weert houdende Fraudebeleidsplan Werk Inkomen & Zorgverlening