Naar hoofdinhoud
1.. Alle begrippen die in deze beleidsregel worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz 2004), Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw), Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 2.. Voor de toepassing van deze beleidsregels wordt verstaan onder: de wet: de Participatiewet (PW); Bbz 2004: het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz); Ondernemen: alle activiteiten en werkzaamheden die leiden tot een inkomen uit zelfstandige activiteiten als bedoeld in artikel 1 onder b van het Bbz 2004 of daarmee zijn gelijkgesteld en artikel 3.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001; Loondienst: alle activiteiten en werkzaamheden die leiden tot een inkomen uit loondienst als bedoeld in de Wet op de inkomstenbelasting artikel 3.1 onder 2b) Parttime ondernemen (PTO): alle activiteiten die leiden tot een inkomen, dat niet als inkomen uit loondienst (inclusief uitzendwerk) of als inkomen zelfstandige activiteiten wordt aangemerkt als bedoeld in artikel 1 onder b van het Bbz 2004 en artikel 3.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001; en die voor de Wet inkomstenbelasting 2001 worden aangemerkt als belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden (artikel 3.1 onder punt 2c wet op de inkomstenbelasting 2001). PTO-er: degene die inkomsten uit PTO heeft; Parttime ondernemen omvat tevens alle andere termen waarmee PTO in regelingen en gebruik verder wordt aangeduid, zoals: - ZZP-er - hybride ondernemer - freelancer - marginale zelfstandigen (de activiteiten van een marginale zelfstandige zijn bescheiden van aard en niet gericht op het (op termijn) zelfstandig kunnen voorzien in de kosten van het bestaan)

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel