**1..** De inkomsten worden definitief afgerekend op jaarbasis, gelijklopend aan een boekjaar, conform de werkwijze in het kader van het Bbz 2004
**2..** Voor de bepaling van het inkomen van de PTO gelden in beginsel de bepalingen van de Wet op de Inkomstenbelasting voor inkomsten uit overige werkzaamheden.
**3..** Van de hoogte van de kosten stelt de gemeente vast of deze in verhouding tot de inkomsten staan. De kosten worden zo nodig bijgesteld.
**4..** De inkomsten worden per maand volledig gekort, waarbij al rekening wordt gehouden met fiscale consequenties.
**5..** Dit betekent dat op alle inkomsten uit PTO het percentage bruto-netto op de inkomsten in mindering wordt gebracht, zoals dat is vermeld in artikel 6 Bbz 2004.
**6..** De zelfstandige reserveert dit bedrag, het verschil tussen de inkomsten uit zelfstandige activiteiten en de vermindering als bedoeld in artikel 6 Bbz 2004, zelf voor de betaling van inkomstenbelasting.
**7..** Van de hoogte van de kosten stelt de gemeente vast of deze in verhouding tot de inkomsten staan. De kosten worden zo nodig bijgesteld.
**8..** Noodzakelijke kosten voor de uitvoering van de werkzaamheden mogen als kosten in mindering worden gebracht op de omzet wanneer het college deze heeft goedgekeurd. De PTO-er dient desgevraagd bewijsstukken te overleggen.
**9..** Kosten die in het kader van PTO niet toegestaan zijn, betreffen: investeringen, rentelasten, personeelskosten en huur bedrijfspand. Kosten die worden opgevoerd, in strijd met de belastingwetgeving, zijn evenmin aftrekbaar. Vervoerskosten, huisvestingskosten, verkoopkosten, afschrijving en opleiding zijn beperkt aftrekbaar.
**10..** Gedeeltelijke vrijlating van inkomsten uit parttime zelfstandigheid is mogelijk onder dezelfde voorwaarden als bij inkomsten uit loondienst.
Artikel 6