Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2.

Artikel 2.2

Uitzonderingsgronden op de scholingsplicht jongeren

Onderdeel van Nadere regels re-integratieverordening gemeente weert 2016

1.. Het college kan een uitzondering op de scholingsplicht maken, wanneer een jongere geobjectiveerd aantoont dat hij geen regulier onderwijs kan volgen of wanneer dit in redelijkheid (nog) niet van hem gevergd kan worden. Deze uitzondering is mogelijk, indien de jongere naar het oordeel van het college: een volgens een deskundige vastgesteld cognitief probleem heeft; een volgens een deskundige vastgesteld medisch en/of psychisch probleem heeft; een volgens een deskundige vastgesteld sociaal probleem heeft; te maken heeft met andere persoonlijke omstandigheden, waardoor het verplicht volgen van onderwijs niet gevergd kan worden. 2.. Een uitzondering op de scholingsplicht wordt in ieder geval gemaakt als de jongere: uit het Praktijkonderwijs (PO) of Voortgezet Special Onderwijs (VSO) komt; onder de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) valt; (nog) geen aanspraak kan maken op studiefinanciering, bijvoorbeeld doordat de jongere moet wachten tot het eerstvolgende instroommoment; verblijft in een op verpleging of verzorging gerichte instelling; inburgeraar is en (nog) niet beschikt over het taalniveau A2. 3.. De jongere verstrekt documenten waaruit moet blijken dat er vanwege onvoldoende capaciteiten en/of belemmeringen geen scholingsmogelijkheden zijn binnen het uit 's Rijks kas bekostigd onderwijs.

Rechtspraak bij dit artikel