Vorderingen worden ieder kwartaal beoordeeld op inbaarheid. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen dubieuze en oninbare vorderingen. Dubieuze vorderingen worden aan het einde van het jaar verwerkt in een voorziening. De afboeking van oninbare vorderingen vindt gedurende het jaar plaats.
Hoofdstuk 3
Artikel 10
Waardering debiteuren en overige vorderingen
Onderdeel van Financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet