**1..** Ter zake van vaartuigen met een vaste ligplaats wordt, indien een
belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen:
a. het aantal personen die verblijf hebben gehouden, bepaald op:
1,5 bij een vaartuig met een lengte van 4 tot 8 meter;
1,8 bij een vaartuig met een lengte van 8 tot 12 meter;
2,0 bij een vaartuig met een lengte van 12 meter en meer; b. het
aantal etmalen dat door de onder a bedoelde personen verblijf is
gehouden, bepaald op:
10 bij een vaartuig met een lengte van 4 tot 8 meter;
13 bij een vaartuig met een lengte van 8 tot 12 meter;
15 bij een vaartuig met een lengte van 12 meter en meer;
**2..** Het aantal vaartuigen als bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld
op het aantal vaartuigen welke door de belastingplichtige bij aangifte
uit de verhuuradministratie zijn opgegeven dan wel blijken.
Artikel 6
Forfaitaire Berekeningswijze Van De Maatstaf Van Heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2010