Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 21, onder b., c. en d. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht wanneer
aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek het gebruik van een collectief systeem als bedoeld in artikel 21, onder a., onmogelijk maken, dan wel,
het gebruik van een collectief systeem zonder aanvullende voorziening niet adequaat is, dan wel
een collectief systeem als bedoeld in artikel 21, onder a., niet aanwezig is.
Hoofdstuk 5.
Artikel 23.
Het primaat van het collectief vervoer
Onderdeel van Voorzieningenverordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Wijdemeren 2006