9.1.
Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 4, 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 8 onder a. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien
Het voor deze persoon onmogelijk is om zelf één of meer huishoudelijke taken uit te voeren en de algemene hulp bij het huishouden dit snel en adequaat kan oplossen, aangezien deze persoon:
aantoonbare beperkingen heeft op grond van ziekte of gebrek; of
problemen ondervindt bij de uitvoering van mantelzorg.
9.2.
Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 4, 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 8 onder b. en c. vermelde voorzieningen in aanmerking worden gebracht indien
de in artikel 8, onder a genoemde voorziening een onvoldoende oplossing leidt; of
de in artikel 8, onder a genoemde voorziening niet beschikbaar is.