Naar hoofdinhoud
1.. Het college informeert de raad door middel van de voorjaarsnota en de najaarsnota over de realisatie van de begroting van de gemeente van het lopende boekjaar. 2.. Het college biedt de tussenrapportages van het lopende begrotingsjaar de raad uiterlijk aan in respectievelijk de juli- en decembervergadering. 3.. De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de programma-indeling van de begroting. 4.. De rapportages gaan in op afwijkingen, zowel wat betreft de lasten, de geleverde goederen en diensten en indien daar aanleiding voor is de maatschappelijke effecten. In de rapportages wordt in ieder geval aandacht besteed aan afwijkingen van: a. inkomsten uit de algemene uitkering; b. de rente-ontwikkeling op de kapitaalmarkt; c. resultaten uit grondexploitatie; d. realisatie op begrote subsidieverwachtingen; e. budgettaire afwijkingen groter dan € 25.000 op kredieten; f. budgettaire afwijkingen groter dan 10% op grootboekrekeningniveau binnen een kostenplaats met een minimum van € 10.000 waarbij afwijkingen vanaf € 50.000 altijd worden toegelicht, tenzij op een andere manier in dekking is voorzien. 5.. Het college informeert de raad vooraf en neemt pas een besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen voor zover het betreft niet bij begroting vastgestelde afzonderlijke verplichtingen inzake: a. investeringen met structurele jaarlasten groter dan € 10.000; b. aankoop en verkoop van goederen en diensten groter dan € 50.000. 6.. De consultatie van de raad als bedoeld in lid 5: a. valt zoveel mogelijk samen met de tussenrapportages als bedoeld in lid 1; b. is niet vereist bij uitgaven, waarvoor de raad in het voorgaande begrotingsjaar eenmalige budgetten beschikbaar heeft gesteld, mits het college deze uitgaven bij de eerstvolgende tussenrapportage meldt en inzicht biedt in de uitvoering, fasering en kosten.

Rechtspraak bij dit artikel