Bij het verlenen van toestemming voor het gebruik van een verkoopwagen gelden de volgende voorschriften:
de verkoopwagen dient inpasbaar te zijn op de markt, volgens de vastgestelde inrichtingstekening;
de verkoopwagen mag niet langer zijn dan de lengte die volgens de marktvergunning is toegewezen;
de hoogte van de voorste begrenzing van de verkoopwagen dient tenminste 2,10 meter te zijn. De hoogte van de voorklep van de verkoopwagen die oversteekt buiten de standplaats dient tenminste 2,10 meter te zijn. Het hoogste punt van de verkoopwagen mag niet hoger zijn dan het hoogste punt van de huurkramen (3 meter);
de verkoopwagen mag niet breder zijn dan de breedte die voor huurkramen is toegewezen (2,5 meter);
dissels, zij- en achterkleppen, deuren en andere voorwerpen mogen in verkoopopstelling niet uitsteken buiten de toegewezen standplaats;
de voorklep van een verkoopwagen mag, aan de zijde van het looppad oversteken buiten de afmetingen van de toegewezen standplaats. De overschrijding van de standplaats door de voorklep mag ten hoogste de helft bedragen van de breedte van het vrije looppad vóór de standplaats;
de voorklep van een verkoopwagen die oversteekt buiten de standplaats mag alleen open buiten de openingstijden van de markt indien alle in die rij staande vergunninghouders met hun voertuig onder de klep doorkunnen;
aan of onder het onder 6 omschreven gedeelte van de voorklep dat uitsteekt buiten de standplaats mogen geen zeilen of andere materialen worden bevestigd en mag geen koopwaar worden opgehangen of uitgestald;
de wijze van plaatsen van de verkoopwagen en het tijdstip waarop dit dient te geschieden moet in overleg met de marktmeester worden bepaald;
het plaatsen of het verwijderen van een verkoopwagen kan slechts plaatsvinden op het tijdstip waarop de situatie op de markt dat toelaat en gebruikers van kramen niet onnodig worden belemmerd in het op- en afrijden;
indien een vergunninghouder gebruik maakt van een verkoopwagen voornemens is zijn standplaats op een bepaalde marktdag niet in te nemen, dient hij zich tijdig af te meldenbij de marktmeester, zodat er huurkramen geplaatst kunnen worden;
burgemeester en wethouders kunnen toestaan dat op bepaalde plaatsen op het marktterrein waar dat mogelijk is, met een verkoopwagen met afwijkende matenstandplaats kan worden ingenomen.
Als niet kan worden voldaan aan de genoemde voorschriften wordt geen ontheffing verleend.
Hoofdstuk III
Artikel 15
Eisen eigen materiaal
Onderdeel van Nadere regels voor de markten van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk 2012