locatiekeuze in het kader van veiligheid en milieu, middels een kaart bij de aanvraag door aanvrager aan te tonen.
De paasbult moet buiten de bebouwde kom liggen.
De paasbult mag niet op grond in eigendom van de gemeente liggen.
De paasbult moet op een overzichtelijk terrein opgebouwd worden.
De paasbult moet te allen tijde goed bereikbaar zijn voor de hulpdiensten.
De paasbult mag een maximale omvang hebben van 500 m3.
De paasbult moet op een afstand van meer dan 5 meter van oppervlaktewater (binnen een beschermingszone) liggen.
De paasbult moet op een afstand van meer dan 20 meter van een (spoor) weg liggen.
De paasbult moet op een afstand van meer dan 40 meter van en hoogspanningstracé liggen.
Indien de afstand minder dan 500 meter bedraagt dient melding gedaan te worden bij de netbeheerder.
De paasbult moet op een afstand van meer dan 50 meter van een bouwwerk liggen.
De paasbult moet op een afstand van meer dan 100 meter van bos, heide, veen of ander natuurgebied liggen.
De paasbult moet op een afstand van meer dan 200 meter van rietgedekte bebouwing liggen.
De paasbult moet op een afstand van meer dan 500 meter van een provinciale weg (N-weg) of rijksweg (A-weg) liggen.
Artikel 2.
Voorwaarden waaraan minimaal voldaan moet worden bij het indienen van een aanvraag (indieningsvereisten)
Onderdeel van Beleidsregels stoken van Paasvuren in de gemeente De Fryske Marren