Het college wijst de groepen inburgeringsplichtigen aan waaraan hij bij voorrang een voorziening kan aanbieden op basis van de volgende criteria:
De inburgeringsplichtige die gealfabetiseerd is;
de inburgeringsplichtige die algemene bijstand of een uitkering op grond van een regeling zoals bedoeld in artikel 19 lid 1 onder a, van de wet ontvangt;
de inburgeringsplichtige die de zorg heeft voor een of meer kinderen jonger dan 17 jaar en die geen inkomen uit werk of een regeling zoals bedoeld in artikel 19, eerste lid onder a, van de wet ontvangt;
de inburgeringsplichtige die zich zelf meldt en gemotiveerd is.
Het college stelt bij nadere regeling de weging van de voorrangscriteria vast.