Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 27

van de wet bepaalt dat het recht tot dwanginvordering en het recht tot verrekening verjaren door verloop van vijf jaren:

Onderdeel van Besluit van de heffings- en invorderingsambtenaar van de gemeente Arnhem houdende regels omtrent leidraad invordering gemeentelijke belastingen Leidraad invordering gemeentelijke belastingen Arnhem

- na de aanvang van de dag volgende op die waarop die belastingaanslag geheel invorderbaar is; - dan wel - als dit tot een later tijdstip leidt - vijf jaren na de aanvang van de dag volgende op die waarop de ontvanger de laatste akte van vervolging heeft betekend (stuiting van de verjaring). Het tweede lid van dit artikel bepaalt limitatief in welke gevallen er sprake is van verlenging van de verjaringstermijn (schorsing van de verjaring). Na intreding van de verjaring maakt de ontvanger geen gebruik van de mogelijkheid om in te vorderen door middel van een dagvaarding. In aansluiting op artikel 27 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: versnelde invordering en verjaring; aansprakelijkgestelden en verjaring; stuiting van de verjaring; schorsing van de verjaring; afstand van verjaring; rente en kosten en verjaring; verjaring van belastingteruggaven. 27.1.Versnelde invordering en verjaring Als de invordering is aangevangen met toepassing van artikel 10 van de wet begint de verjaringstermijn te lopen op het moment dat de belastingaanslagen onmiddellijk en tot het volle bedrag invorderbaar werden. De oorspronkelijke vervaldag heeft op dat moment voor de verjaring geen belang meer. 27.2.Aansprakelijkgestelden en verjaring Een aansprakelijkheidsschuld (beschikking ex artikel 49 van de wet) is niet voor zelfstandige verjaring vatbaar. Door verjaring van de belastingaanslag terzake waarvan aansprakelijk is gesteld, eindigt ook het recht van dwanginvordering en verrekening van de aansprakelijkheidsvordering. 27.3.Stuiting van de verjaring De ontvanger stuit de verjaring door de betekening aan de belastingschuldige van een akte van vervolging. Als de betekening van een dwangbevel uitsluitend plaatsvindt om de verjaring te stuiten, dan licht de ontvanger de belastingschuldige in over het doel van de betekening. Deze betekening is kosteloos. Om de verjaring te stuiten kan een dwangbevel meer dan éénmaal worden betekend. Als de ontvanger de verjaring van een rechtsvordering tot betaling stuit door een schriftelijke mededeling, maakt hij die schriftelijke mededeling bekend aan de belastingschuldige. 27.4.Schorsing van de verjaring Uitstel van betaling voor een gedeelte van de belastingaanslag verlengt de verjaringstermijn voor de gehele belastingaanslag. 27.5.Afstand van verjaring Van eenmaal verkregen verjaring kan afstand worden gedaan. De ontvanger beroept zich echter alleen op afstand van verjaring, als zonder meer duidelijk is dat de belastingschuldige daadwerkelijk bedoelt afstand van de verjaring te doen. 27.6.Rente en kosten en verjaring De op een belastingaanslag belopen rente en kosten zijn onlosmakelijk met de belastingaanslag verbonden. Als voor een belastingaanslag de verjaring is ingetreden, laat de ontvanger dus ook voor de rente en kosten invordering en verrekening achterwege. 27.7.Na verjaring geen civiele invordering Na intreding van de verjaring maakt de ontvanger geen gebruik van de mogelijkheid om een belastingschuld in te vorderen door middel van een dagvaarding. 27.8. Verjaring van belastingteruggaven Voor de verjaring van belastingteruggaven geldt eenzelfde verjaringstermijn als voor belasting-schulden. Na verjaring ontstaat een natuurlijke verbintenis. De ontvanger zal een beroep op de verjaring doen, tenzij hij gerede twijfel heeft of de belastingaanslag aan de belastingschuldige is bekendgemaakt.

Rechtspraak bij dit artikel