1.Het college wijst de aanvraag af, indien:
het subsidieplafond is bereikt;
de werkelijke kosten van verbetering niet in redelijke verhouding staan tot het te verkrijgen resultaat;
de aanvraag wordt ingediend na de start van de uitvoering van de maatregelen;
er gegronde redenen bestaan aan te nemen, dan wel vastgesteld wordt, dat niet aan de voorwaarden en bepalingen van deze verordening wordt of zal worden voldaan.
de kwaliteitsslag onvoldoende is.
de aanvraag betrekking heeft op een onroerende zaak die niet als aandachtslocatie is aangewezen.
Hoofdstuk 6
Artikel 12