**1..** Tijdelijke voorzieningen, waaronder damwanden en heipalen, dienen in beginsel te worden verwijderd.
**2..** Indien leidingen definitief buiten gebruik worden gesteld en niet verwijderd kunnen worden, dienen deze te worden vol geschuimd (gedämmerd) en aan weerszijden te worden afgedicht ter voorkoming van indringend water, grond en vuil.
**3..** Over het achterlaten van voorzieningen dient overeenstemming te zijn met het college.
Hoofdstuk 4.
Artikel 27
Voorzieningen die hun functie verliezen
Onderdeel van Beleidsregels behorende bij de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur gemeente Waterland 2016