Het eigenarendeel , wordt geheven naar een vast bedrag per
perceel.
Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters
afvalwater dat vanuit het perceel wordt afgevoerd.
Het aantal kubieke meters afvalwater wordt gesteld op het aantal
kubieke meters leidingwater, grondwater en oppervlaktewater dat naar
het perceel is toegevoerd of is opgepompt.
Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
pompinstallatie zijn voorzien van een:
watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
worden afgelezen, of
bedrijf urenteller, waarvan het aantal uren dat een
pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest
kan worden afgelezen.
De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke
bepaling.
Ingeval de hoeveelheid afvalwater bestaat uit de som van naar het
perceel toegevoerd en naar het perceel opgepompt water, dient:
de hoeveelheid naar het perceel toegevoerd water te worden
bepaald op de in het kalenderjaar voorafgaand aan het
belastingjaar naar het perceel toegevoerde hoeveelheid;
de hoeveelheid naar het perceel opgepompte water te worden
bepaald op de in het kalenderjaar voorafgaand aan het
belastingjaar naar het perceel opgepompte hoeveelheid.
De op voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
opgepompt water wordt verminderd met de aantoonbare hoeveelheid
water die niet als afvalwater is afgevoerd.
Bij agrarische bedrijven is de hoeveelheid afvalwater afhankelijk
van het aantal in de bij het bedrijf behorende woning wonende
personen, per 1 januari van het belastingjaar. Het waterverbruik per
persoon wordt gesteld op 45 m³ per jaar.
Indien in verband met het ontbreken van afzonderlijke watermeters
niet de hoeveelheid afvalwater kan worden vastgesteld, zoals
hiervoor omschreven of indien het aantal kubieke meters water dat in
de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande
verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of opgepompt niet
bekend is, wordt:
voor tot woning dienende percelen de hoeveelheid afvalwater
bepaald op 45 m³ per persoon per jaar;
voor gebruikers van de niet tot woning dienende eigendommen
wordt de verdeelsleutel gehanteerd zoals deze door de
respectievelijke gebruikers worden gebruikt voor de
onderlinge verdeling van de waternota van het waterbedrijf
en bij het ontbreken van een dergelijke regeling overgegaan
tot een zo reëel mogelijke verdeling op basis van
beschikbare gegevens.
Indien het waterverbruik als gevolg van onzichtbare lekkage afwijkt
van het waterverbruik over de voorgaande periodeafrekening van
Vitens, wordt het waterverbruik vastgesteld op het door Vitens
berekende gecorrigeerde verbruik in het kader van de toekenning van
een lekvergoeding.