**1..** Bij de invordering van de afvalstoffenheffing en de onroerende
zaakbelastingen, de rioolheffing, voor het bepaalde in artikel 6, lid 2
tot en met 500m3 van die verordening vindt ten aanzien van
kwijtschelding het bepaalde in hoofdstuk 2, artikel 16 van de
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 toepassing met dien verstande,
dat de kosten van bestaan als bedoeld in artikel 16 van de genoemde
uitvoeringsregeling, worden vastgesteld op 100 percent van de
genormeerde bijstandsuitkering.
**2..** Bij de kwijtschelding van de in het eerste lid genoemde belastingen
wordt voor echtgenoten, voor een alleenstaande of een alleenstaande
ouder, die 65 jaar of ouder zijn, het percentage voor de berekening van
de kosten van bestaan gesteld op 100% percent van de toepasselijke netto
AOW-bedragen, berekend overeenkomstig het bepaalde in artikel 1a van de
nadere regels kwijtschelding gemeentelijke en
waterschapsbelastingen.
**3..** Bij de kwijtschelding van de in het eerste lid genoemde belastingen
worden overeenkomstig het bepaalde in artikel 28, lid 3, van de
Uitvoeringsregeling als uitgaven mede in aanmerking genomen de netto
kosten van kinderopvang.
**4..** Ter beoordeling van de aanvraag om kwijtschelding vindt een toets plaats
aan de hand van hetgeen bepaald is in artikel 12 van de
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.
**5..** Met inachtneming van het overigens in dit besluit bepaalde, wordt een
verzoek om kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en heffingen die
geen verband houden met de uitoefening van het bedrijf of beroep, van
een natuurlijk persoon die een bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent,
behandeld volgens de bepalingen van hoofdstuk II,
afdelingen 1, 2 en 5 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet
1990.
Artikel 3
Verruimde kwijtschelding
Onderdeel van Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2017