**1..** Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een
in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte
daarvan als een volle eenheid aangemerkt.
**2..** Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de
precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale
projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald.
**3..** De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op
het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp
geplaatste denkbeeldige rechthoek.
**4..** Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het
voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst
bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de
precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning,
tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode
heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij
het vijfde lid van overeenkomstige toepassing is.
**5..** Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende
tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de
voor de belastingplichtige meest voordelige wijze.
**6..** Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een maandtarief is
opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode dan een maand
omvat, geldt het tarief per maand van het belastingtijdvak.
**7..** Indien op grond van de tarieventabel meer dan één tarief toegepast kan
worden, wordt een aanslag tot het hoogste tarief opgelegd.
Artikel 7
Berekening van de precariobelasting
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2017