Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 5c.

Verantwoording

Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2016

1.. Elke fractie legt, binnen drie maanden na het einde van het kalenderjaar, aan de raad verantwoording af over de besteding van de bijdrage voor scholing onder overlegging van een verslag, conform het daarvoor geldende model. 2.. Indien de verantwoording over het vorige kalenderjaar vóór de in het eerste lid genoemde termijn niet is ingediend, wordt de over het lopende kalenderjaar resterende vergoeding en eventueel volgende kalenderjaar vastgestelde vergoeding niet uitbetaald. 3.. De griffie toetst of de uitgaven in overeenstemming zijn met de verordening en rapporteert haar bevindingen aan de kascommissie. Deze commissie bestaat uit drie – jaarlijks wisselend – door de raad uit haar midden benoemde leden. 4.. De kascommissie toetst de bevindingen van de griffie en rapporteert – in de vorm van een conceptraadsvoorstel en – besluit – aan de commissie tot welke het aandachtsgebied Algemene Beleidscoördinatie behoort. Deze commissie brengt advies uit aan de raad. 5.. De raad stelt na ontvangst van het advies de bedragen vast van: de uitgaven van een fractie die in het vorige kalenderjaar uit de bijdragen bekostigd zijn; de wijziging van de reserve; de resterende reserve; de verrekening tussen de in onderdeel a. genoemde uitgaven en het ontvangen voorschot en, voor zover nodig, de hoogte van de terugvordering van ontvangen voorschotten vanwege aanvragen die niet overeenkomstig de bepalingen in deze verordening zijn ingediend.

Rechtspraak bij dit artikel