**1..** De bijstandsnorm wordt verhoogd met een toeslag indien de alleenstaande of de alleenstaande ouder, hogere algemene noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander.
**2..** De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt voor de alleenstaande of alleenstaande ouder, in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft, bepaald op het in artikel 25, tweede lid, van de wet genoemde maximumbedrag; dit is maximaal 20% van het netto minimumloon.
**3..** De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder op wie het tweede niet van toepassing is 10% van het netto minimumloon.
**4..** De noodzakelijke kosten van het bestaan kunnen worden gedeeld met een ander die in de woning zijn hoofdverblijf heeft, indien kan worden beschikt over een inkomen dat gelijk is of hoger is dan de de vergoeding voor het levensonderhoud voor de studerende thuiswonende op grond van de Wet studiefinanciering 2000 als bedoeld in artikel 33, lid 2, sub a van de wet, vermeerderd met 10% van het netto minimumloon.
Hoofdstuk 3.
Artikel 4.
Toeslagen bij niet (-gehele) kostendeling van alleenstaanden en alleenstaande ouders
Onderdeel van Toeslagenverordening WWB Noordoostpolder 2010