De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, aanhef en onder b en c, van de Gemeentewet.
De belastingplichtige die niet binnen een maand na afloop van het belastingjaar is uitgenodigd tot het doen van aangifte of aan wie niet binnen twee maanden na afloop van het kalenderjaar een aanslag is opgelegd, is gehouden binnen 14 dagen na afloop van die periode aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, aanhef en onder b en c, van de Gemeentewet, een verzoek in te dienen om te worden uitgenodigd tot het doen van aangifte.
De belastingplichtige doet aangifte van het aantal overnachtingen bij de heffingsambtenaar middels een aan hem uit te reiken aangiftebiljet. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt de aangifte binnen twee weken na het uitnodigen daartoe gedaan.
Het aangiftebiljet wordt vastgesteld door het College van Burgemeester en Wethouders.
Artikel 14
Aanmeldingsplicht en aangifte
Onderdeel van VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN TOERISTENBELASTING 2017.