**1..** De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1. van de tarieventabel is
verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later
is, bij de aanvang van de belastingplicht.
**2..** Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1. van de tarieventabel
verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de
belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
**3..** Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
bestaat aanspraak op ontheffing van de belasting bedoeld in
hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten
van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na
het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan
€ 5,00.
**4..** Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
perceel in feitelijk gebruik neemt.
**5..** De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2. van de tarieventabel is
verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.
**6..** Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. Voor de
toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een
aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen afvalstoffenheffing
of andere heffingen aangemerkt als één belasting.
Hoofdstuk II
Artikel 8
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2017