**1..** Geen havengeld wordt geheven voor het gebruik of genot van de havens
met:
vaartuigen, rechtstreeks in gebruik bij en in eigendom van de
gemeente Urk;
vaartuigen van reddingsmaatschappijen;
vaartuigen van Koninklijk Huis, Koninklijke Marine, Rijkspolitie
en recherche te water, Rijkswaterstaat en alle andere bij de
Staat in gebruik zijnde vaartuigen;
hospitaalschepen, als zodanig in gebruik of gebezigd;
vaartuigen en roeiboten, welke toebehoren aan
onderwijsinstellingen, tot een maximum van 2 vaartuigen en
roeiboten per onderwijsinstelling;
uitsluitend met peddels voortbewogen kano's;
in Urk gedomicilieerde opgelegde vaartuigen, welke voor de
oplegging als vissersvaartuigen werden gebruikt, zulks voor een
tijdvak van ten hoogste 1 maand;
een nieuw gebouwd vissersvaartuig, voor zover het gebruik van de
havens strekt tot het voor de eerste maal vaarklaar maken van
het vissersvaartuig voor ten hoogste 6 maanden.
**2..** Geen havengeld wordt geheven gedurende de periode van 1 april tot en met
1 november voor het gebruik of genot van de havens met historische
botters welke lid zijn van de Vereniging Botterbehoud voor een
aaneengesloten periode van maximaal 10 dagen. Gedurende de periode van 1
april tot en met 1 november kan voor in totaal maximaal 30 dagen
vrijstelling van het betalen van havengeld verleend worden. Het verlenen
van de vrijstelling is ter beoordeling van de havenmeester.
**3..** Geen havengeld wordt geheven voor het gebruik of genot van de havens als
gevolg van ijsgang, invriezing of storm, zulks te rekenen vanaf de
vijfde dag na de aanvang van het gebruik.
**4..** Geen kadegeld wordt geheven indien het gebruik niet langer dan een dag
duurt.
Artikel 7
Vrijstellingen.
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van haven- en kadegeld