Het eigenarendeel van de rioolheffing wordt geheven naar een vast
bedrag per perceel dat niet in hoofdzaak tot woning dient
(Eigenarendeel niet-woning). Garageboxen en soortgelijke
opslagruimten worden daarbij als niet-woning aangemerkt.
Ten aanzien van een perceel, dan wel een zelfstandig gedeelte
daarvan, dat niet in hoofdzaak tot woning dient wordt het
gebruikersdeel van de rioolheffing geheven naar het aantal kubieke
meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd (Gebruikersdeel
niet-woning).
Ten aanzien van een perceel, dan wel een zelfstandig gedeelte
daarvan, dat in hoofdzaak tot woning dient wordt de rioolheffing
geheven naar het aantal feitelijke gebruikers aan het begin van het
belastingjaar van het perceel (Gebruikersdeel woning).
Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke
meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het begin
van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel
is toegevoerd of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk
is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water
door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt
een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand
gerekend.
Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
pompinstallatie zijn voorzien van een:
watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
worden afgelezen, of
bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest
kan worden afgelezen.
De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke
bepaling.
Artikel 5
Maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing