**1..** het college kan een vergunning wijzigen of intrekken indien:
niet binnen een jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning met de werkzaamheden als omschreven in de vergunning is begonnen;
de in de vergunning benoemde werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van zes maanden stilliggen;
de vergunning is verleend ten gevolge van onjuiste of onvolledige gegevens;
het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de vergunningvoorschriften niet naleeft;
na het verlenen van de vergunning naar het oordeel van het college gegrond aanleiding bestaat te veronderstellen dat het van kracht blijven van de vergunning onaanvaardbare schadelijke gevolgen heeft voor mens, natuur of milieu en hieraan door het stellen van nadere voorschriften en beperkingen aan de verleende vergunning niet kan worden tegemoetgekomen;
**2..** het college gaat niet over tot intrekking of wijziging van de vergunning nadat het college de houder van de vergunning heeft gehoord.
Hoofdstuk 2.
Artikel 9.