hoofdtransportleidingen
Binnen een strook van 6 meter ter weerszijden van voor stroomgeleiding bestemde
draden van bovengrondse hoogspanningslijnen mogen zich geen delen bevinden van andere bouwwerken, voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning is vereist, dan die welke deel uitmaken van dehoogspanningslijn. Bij het bepalen van deze afstand moet rekening worden gehouden met hetuitzwaaien van de draden ten gevolge van de wind. Onder hoogspanningslijn wordt in dit artikel verstaan een lijn met een nominale elektrische spanning van 1.000 volt of meer.
Binnen een strook van 6 meter ter weerszijden van een ondergrondse
hoofdtransportleiding mogen geen omgevingsvergunningplichtige bouwwerken worden gebouwd.
Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking van:
het bepaalde in het eerste lid voor wat betreft de afstand van 6 meter, indien de
elektrische spanning van de hoogspanningslijn daarvoor geen bezwaar oplevert;
het bepaalde in het tweede lid voor wat betreft de afstand van 6 meter, indien
daartegen met het oog op de veilige en ongestoorde ligging van de leiding geen bezwaar bestaat.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 5
Artikel 2.5.19
Bouwen nabij bovengrondse hoogspanningslijnen en ondergrondse
Onderdeel van Bouwverordening gemeente Coevorden